Winter 1616

Morgen wordt het weer warm na een ruime week temperaturen onder nul, met ijs,  ijzel en sneeuw. Noord Nederland haalden het internationale nieuws, BBC, Huffington Post en CNN toonden beelden van op straat schaatsende mensen.

Vierhonderd jaar geleden, in 1616, was het een echt dramatische winter. Het begon al aan het einde van 1615 met heel onrustig weer, dat leidde tot een overstroming rond de jaarwisseling. En nog geen twee weken later vriest het dat het kraakt. Mensen rijden met sleden over de meren en rivieren en de Sont sloot op 16 januari. Kort daarna begon het ook nog ‘voeten dik’ te sneeuwen. Het gezaaide winterkoren bevroor.  Mensen en dieren overleefden de vrieskou niet(1).

Het eerste kwart van de zeventiende eeuw was de herfst- winter- en de lentetemperatuur beneden het gemiddelde. De zomers waren ‘normaal’. In 1616 niet, overigens. De zomer was erg warm en er was een goede oogst. Aan het eind van de zeventiende eeuw werd het pas echt dramatisch met het weer; het zijn de jaren die we de kleine ijstijd noemen. 

En, een bijzonder detail van vierhonder jaar geleden: tussen 21 januari en 6 februari 1617 strandden vijf potvissen op de kust van Holland en Friesland. De geschiedenis herhaalt zich soms wel heel opvallend.

Reacties plaatsen is niet mogelijk.