Etty Hillesum

In haar jeugd woonde ze in Winschoten, Etty Hillesum. Met haar ouders en haar broer Jacob kwam ze in 1918 aan de Oranjestaat 36 te wonen. In 1920 kwam er nog een broertje bij: Micha. In 1924 vertrok de familie weer uit Winschoten. Etty’s vader nam een baan aan naar Deventer. Daar ging Etty naar het gymnasium, om na haar diploma naar Amsterdam te vertrekken voor haar studie.

Etty kwam in contact met een handlijnkundige, Julius Spier. Ze wilde door hem behandeld worden om te leren omgaan met wat ze ‘zielsverstopping’ noemde. Spier stimuleerde waarschijnlijk haar een dagboek te schrijven. Dat deed ze van 8 maart 1941 tot 12 oktober 1942 met tussenpozen. Ze moet uren en uren hebben zitten pennen. Ze streed met terugkerend lethargie, met de hekel die ze aan sommige mensen had, met haar gevoelens voor Spier en met haar familiegeschiedenis. De spirituele groei die ze doormaakte in de anderhalf jaar is indrukwekkend voor wie haar dagboeken leest.

Etty kon beeldend schrijven. Lezend (en herlezend) kreeg ik het gevoel aanwezig te zijn bij de concerten of de sessies van Spier. Langzaam komen de buitenwereld en haar medemens steeds meer in beeld. En de levenslust wint het van de effecten van de vernederende maatregelen tegen de Joden. Prachtig beschrijft Etty een confrontatie met een jonge Duitser tijdens de registratie van de eigendommen van Julius Spier. Hoe ze met hem meeleeft en tegelijkertijd weet hoe gevaarlijk hij is. De wijsheid van de observatie is indrukwekkend.

Ik ben niet de enige liefhebber. Ik reken mezelf tot een grote groep die de dagboeken met verwondering en bewondering hebben gelezen. Tot de grote groep mensen die door haar nagelaten werk beïnvloed zijn.

De ontdekking dat ze in Winschoten had gewoond en de zoektocht naar het huis, hebben me op het idee gebracht om een aandenken voor haar te plaatsen. Als herinnering aan haar, haar familie en vooral haar levenslust.

En toch vind ik dit leven schoon en zinrijk. Van minuut tot minuut” (29 juni 1942)

Reacties plaatsen is niet mogelijk.